Gedragsproblemen

‘Jongens meer gedragsproblemen dan meisjes.’ (Bron: RIVM).

‘Of een kind gedragsproblemen krijgt is voor een deel erfelijk bepaald. Van de meest ernstige gedragsproblemen (zwaar antisociaal of agressief gedrag) lijkt ongeveer de helft aan de genen te kunnen worden toegeschreven.' (Bron: RIVM).

‘Goede ouder-kind relatie beschermt tegen gedragsproblemen.’ (Bron: Child Development).

'Gedragsprobleem' is een lastig begrip. Want wanneer is gedrag een probleem? Wat de ene persoon als een groot probleem ervaart, is voor de ander misschien helemaal geen punt. Gedragsproblemen kunnen optreden in alle ontwikkelingsfasen van een mens.

Het verschil tussen een gedragsprobleem en een gedragsstoornis is dat een gedragsprobleem ontstaat vanuit de omgeving van een persoon en staat als het ware daarbuiten. Het is geen karaktereigenschap van die persoon.

Er zijn problemen die ontstaan zijn in de omgeving van een persoon (bijvoorbeeld door een bepaalde opvoedingssituatie thuis). Door die problemen verloopt nu de ontwikkeling minder goed. Het probleem is aan de situatie gebonden. Het gedragsprobleem wordt als het gevolg gezien van een oorzaak, bijvoorbeeld een trauma die een persoon heeft ondergaan of een slechte opvoeding.

Bij de behandeling van gedragsproblemen is de beinvloeding van buitenaf groter dan bij de stoornis. Hulp bestaat hier meer uit het begeleiden van de persoon, de directe omgeving
(bijvoorbeeld gezin) en het creëren van structuur. Individuele therapie en systeemtherapie of gezinstherapie kunnen vormen van behandelingen zijn.

Van een gedragsstoornis spreken we als het probleem niet te verhelpen is en diegene ermee moet leren omgaan.

Een stoornis zit echt in het lichaam en is met de geboorte in de genen meegegeven.
Het probleem van de stoornis zit in de aanleg en rijping/ontwikkeling van het zenuwstelsel.
Dit heeft invloed op de ontwikkelingsfuncties. Wanneer een persoon een stoornis heeft reageert het in vergelijking met andere mensen niet zo positief en nieuwsgierig op nieuwe prikkels en dingen. Mensen kunnen niet goed tegen verandering en kunnen zich niet goed inleven in anderen en in sociale situaties.
Door goede ondersteuning (vaak leefregels en gedragsregels) en een goede  structuur kun je ervoor zorgen dat de uitkomsten van een stoornis minder negatief zijn.

Om van een stoornis te mogen spreken moet het probleem aan bepaalde criteria of regels voldoen, zoals bijvoorbeeld staat omschreven in de DSM-IV van de American Psychiatric Association. Ook kan er nog onderscheid gemaakt worden tussen stoornissen, namelijk geexternaliseerde problemen (naar buiten gericht, bijvoorbeeld agressie in de vorm van agressieregulatiestoornissen) en internaliserende (naar binnen gericht, bijvoorbeeld emotionele problemen).

Het is belangrijk dat mensen met een gedragsstoornis bescherming geboden wordt en leren omgaan met de stoornis. Vaak worden mensen in de directe leefomgeving ondersteuning aangeboden. De beinvloeding van de omgeving is echter beperkt. Voorbeelden van stoornissen zijn autisme, dyslexie en ODD.

De cognitieve gedragstherapie (CGT) is een combinatie van gedragstherapie met interventies die ontwikkeld zijn vanuit de cognitieve psychologie. Kern is de veronderstelling dat zogenaamde irrationele cognities (gedachten) zorgen voor disfunctioneel gedrag, zoals vermijdingsgedrag of agressie. De technieken die gebruikt worden in de cognitieve gedragstherapie richten zich op het veranderen van de inhoud van deze irrationele cognities.

Psychologen bij Ichthus Groep zijn gespecialiseerd in de behandeling van mensen met Gedragsproblemen. Er is een speciaal aanbod voor problemen bij kinderen en jeugd.